HET KASTENSTELSEL

Wat is het kastenstelsel?

Het kastenstelsel is een ruim 2000 jaar oud systeem dat mensen verdeeld in verschillende groepen. Deze groepen hebben een bepaalde positie en rol in de maatschappij, bovendien zijn er aan de kasten bepaalden rechten en plichten verbonden. Het kastenstelsel is gebaseerd op het idee dat niet ieder mens gelijk is. Deze ongelijkheid wordt verklaard en goedgepraat door te suggereren dat sommige groepen minder rein zijn dan anderen. De eerste vier groepen, ook wel varna’s genoemd, maken onderdeel uit van het kastenstelsel. De vijfde groep, de ’kastelozen’, vallen hier buiten. Zij zijn letterlijk en figuurlijk ‘onaanraakbaar’. Tweeduizend jaar geleden is er een soort handboek opgesteld voor het kastenstelsel. In de Wetten van Manu staat voorgeschreven wat de leden van elke varna moeten eten, met wie ze moeten trouwen en omgaan, hoe ze hun geld moeten verdienen en ga zo maar door. Een belangrijk gegeven van het systeem is dat kasten erfelijk zijn en voor ieder kind dus vóór de geboorte al wordt bepaald welke positie hij of zij zal hebben in de maatschappij.

Welke kasten zijn er?

De vier hoofdkasten zijn gebaseerd op een Hindoeïstische legende die vertelt dat de belangrijkste groeperingen zijn ontstaan uit een oerwezen. Uit de mond kwamen de Brahmanen: de priesters en de geleerden. Zij zijn volgens het kastenstelsel het meest rein. Uit de armen kwamen de Kshatirya’s: de vorsten en de krijgers. Uit de dijen kwamen de Vaishas: de handelaren en de ambachtlui. En uit de voeten kwamen de Shudra’s: de boeren en dienstbaren.

Een vijfde groep betreft de achuta, de ‘onaanraakbaren’ en kastelozen. Zij zijn veroordeeld tot de minste baantjes, zoals het opruimen van dode mensen en dieren, het ontstoppen van riolen, het schoon maken van toiletten en het wassen van kleren die zijn bevuild met bloed of uitwerpselen. Door Mahatma Gandhi werden zij Harijans genoemd: kinderen van God. Inmiddels hebben zij deze naam verworpen omdat zij deze kleinerend en neerbuigend vinden. Actieve groepen van kastelozen kozen voor zichzelf de naam Dalits, wat gebrokene of vertrapte betekent, maar ook aangeeft dat zij hun situatie niet accepteren.

Elke kaste is weer onderverdeeld in honderden subkasten met elk hun eigen rangorde en leefregels. Om deze subkasten in stand te houden is er een strikt verbod om te trouwen buiten de eigen kaste. Voor Dalits gelden bovendien nog een aantal extra regels.

Wat zijn de gevolgen voor het dagelijks leven?

Dalits worden gezien als de meest onreine mensen en moeten daarom buiten het dorp wonen, ze mogen geen gebruik maken van de dorpspomp en zijn er voor hen vaak aparte kopjes bij theestalletjes. Leden van andere kasten niets willen aanraken waar een Dalit aan heeft gezeten.

Meestal doen de Dalits het vuilste en slechts betaalde werk. Maar ook als ze iets minder arm zijn dan hogere kasten worden ze toch ‘minder’ beschouwd. Veel Dalits worden vanwege armoede gedwongen tot gebonden arbeid. Dat betekent dat ze in dienst zijn van een werkgever bij wie ze een lening hebben. De werkgever betaalt hen zo slecht (soms krijgen ze alleen wat rijst als salaris) dat het onmogelijk is de lening terug te betalen. Zo leiden miljoenen mensen, vaak hele gezinnen inclusief de kinderen, een slavenbestaan.

Discriminatie op basis van kaste - in het jargon van de Verenigde Naties discriminatie op basis van werk en afkomst - betekent dat veel Dalits sociaal, economisch én politiek worden achtergesteld en vaak buitengesloten. Sociale uitsluiting gebeurt bijvoorbeeld door Dalits de toegang tot tempels en andere gebouwen te weigeren. Economisch hebben de Dalits het moeilijk omdat ze arm zijn en meestal geen land bezitten. De meeste zijn landarbeiders zonder vast contract. Op politiek gebied wordt het hen vaak moeilijk of onmogelijk gemaakt aan (lokale) verkiezingen mee te doen of, als ze gekozen worden, hun functie goed uit te oefenen.
Veel Dalits kunnen niet lezen en schrijven. Nog steeds gaan veel minder Dalit-kinderen naar school dan andere kinderen en verrichten zij kinderarbeid. Vaak weten Dalits niet wat hun rechten zijn en hoe ze die kunnen opeisen. Dit alles maakt het voor hen erg moeilijk om een eind te kunnen maken aan hun ondergeschikte positie.
De ongelijkheid tussen verschillende kasten zijn al zo lang onderdeel van het dagelijks leven, dat veel mensen zich vaak niets anders kunnen voorstellen. Het idee dat Dalits minder waard zijn is voor veel mensen vanzelfsprekend. Dat betekent ook dat de Dalits die het lukt een opleiding te krijgen en bijvoorbeeld doktor of ingenieur worden, door veel mensen toch nog als ‘minder’ worden beschouwd.
Toch is er in India sinds de onafhankelijkheid wel een en ander veranderd. In sommige gebieden zijn Dalit bewegingen er in geslaagd hun positie wat te verbeteren. Ook de wetgeving tegen kastendiscriminatie heeft daar bij geholpen. Maar in nog veel meer gevallen zijn Dalits nog even arm en machteloos als vroeger. De speciale rechtbanken die zijn opgezet voor het berechten van wreedheden tegen Dalits veroordelen zelden iemand.

Waar komt het voor?

De oorspong van het kastenstelsel is terug te vinden in het Hindoeïsme, dat in landen als India en Nepal de belangrijkste religie is. Het ‘kastedenken’ is echter ook bij andere religieuze groepen in India, onder meer bij christenen en moslims, te vinden. Veel mensen die christen of moslim zijn waren vroeger hindoe maar het denken in termen van ‘rein en onrein’ is niet verdwenen. Onaanraakbaarheid werd nadat India in 1948 onafhankelijk werd in de grondwet verboden, maar in de praktijk blijkt de traditie hardnekkig.
Ook in Nepal, en andere landen in Zuid Azië, speelt kastendiscriminatie nog een zeer belangrijke rol. Kastendiscriminatie wordt zelfs als een van de oorzaken van het huidige gewelddadige conflict in Nepal beschouwd. En verrassend genoeg komt deze vorm van discriminatie op de basis van werk en afkomst ook voor bij de Baraku in Japan, de Al-Akhdam in Yemen en bij enkele andere bevolkingsgroepen in Afrika.

Is kastendiscriminatie nog wel van deze tijd?

Dat de maatschappij aan het veranderen is, is duidelijk. India is bijvoorbeeld al lang niet meer het land waar alleen arme boeren wonen. Industrialisering en globalisering beïnvloeden sociale relaties overal ter wereld. In grote steden, waar steeds meer mensen wonen, verliest kastendiscriminatie langzamerhand terrein. Dalits zijn vaak aan hun naam nog wel te herkennen als kasteloos, maar in de steden weten de mensen niet altijd waar je vandaan komt en dit anonieme bestaan maakt het mogelijk om je kaste-afkomst te verbergen.
Scholing en contact met landen waar deze vorm van discriminatie niet bestaat, leidt ertoe dat steeds meer mensen het systeem in twijfel trekken. Er zijn de laatste decennia veel organisaties ontstaan die zich bezig houden met het verbeteren van de positie van kastelozen. De Indiase regering heeft voor Dalits 15% van de overheidsbanen gereserveerd. Veel van die plaatsen worden niet opgevuld, toch is er hierdoor wel enige vooruitgang waar te nemen.
Kastendiscriminatie blijft echter ook in steden nog altijd een probleem. Kastelozen krijgen minder snel werk en worden op het werk ook slecht behandeld. Veel overheden ontkennen het probleem, wat de bestrijding ervan alleen maar bemoeilijkt.




Lees voor meer (inhoudelijke) informatie:
  • Onaanraakbaar, artikel in National Geographic

  • The Untouchables of India, Robert Deliége, 1999 *

  • Laws of Manu, vertaald door Wendy Doniger en Brian K. Smith, 1991 *

  • The Untouchables: Subordination, Poverty and State in Modern India, Oliver Mendelsohn en Marika Vicziany, 1998

  • Growing Up Untouchable in India: A Dalit Autobiography, Vasant Moon, 2000 *

  • Broken People: Caste Violence Against India's "Untouchables", Smita Narula, Human Rights Watch, 1999 *

  • Dalit Identity and Politics, Ghanshyam Shah (ed.), Sage Publications, 2001

  • From Untouchable to Dalit: Essays on the Ambedkar Movement, Eleanor Zelliot, Manohar Publications, 1996


* beschikbaar in de bibliotheek van de Landelijke India Werkgroep


laatste wijziging: